Het beoordelen van een glas wijn

 
Proeven en beoordelen
Om een wijn te proeven moeten wij hem beoordelen aan de hand van een aantal criteria. Deze criteria zijn: kleur, geur, smaak en nasmaak of afdronk. Goed proeven is een kwestie van concentreren en objectiviteit. Wat helpt is een goed geheugen voor geuren en smaken. Je laten beinvloeden door je eigen voorkeuren is uit den boze. Het gaat om een zo eerlijk mogelijke omschrijving van je bevindingen. Blijf daarbij wel reŽel. Bij een geuromschrijving als citrus, cassis, honing, kaneel, teer, koffie, natte wol of tijm kunnen de meeste mensen zich wat bij voorstellen. Maar verlies je niet in vage termen als ''de geur van een boeket veldbloemen'' '' een frisse lente morgen'' of ''gebottelde berglucht''
 
Voor het beoordelen van een wijn moeten we aan de slag met onze zintuigen. Ogen, neus en mond.
 
De ogen
Met onze ogen kunnen we de wijn beoordelen op kleur, helderheid, bezinksel en de eventuele aanwezigheid van koolzuurgas. Kleur kan iets vertellen over de druivensoort die is gebruikt en de soort wijn. De ene druivensoort geeft tijdens de vinificatie meer kleurstoffen af dan de andere. De kleur kan ook informatie geven over de ontwikkeling van de wijn die je in je glas hebt. Het ''rode'' van wijn kan variŽren van helder lichtpaars naar diep donkerrood tot roodbruin en oranje. Factoren die hierbij onder andere een rol spelen zijn; oogstjaar, gebied, de tijd dat de druivenschillen in contact zijn geweest met de most, de vinificatie techniek, het aantal jaren/maanden dat de wijn op vat heeft doorgebracht en de algehele ouderdom van de wijn. Witte wijn kan in kleur variŽren van waterig bleekgeel, naar bleekgeel/groen, geel, goudgeel tot lichtbruin
 
De neus 
Voor het ontdekken van smaak is ons reukzintuig ''de neus'' gevoeliger dan ons smaakzintuig ''de tong'' Het belang van onze reuk is duidelijk te maken aan de hand van een ervaring die wij allemaal wel eens hebben gehad. Tijdens een verkoudheid krijgen we te maken met een verstopte neus. Op dat moment wordt alles wat we eten ''smakeloos'' Met de tong nemen wij slechts een paar basissmaken waar: zoet, zuur, zout en bitter. Al het overige proeven wij met onze neus. De verbinding met de neus- en mondholte combineert het geheel en zorgt voor onze uiteindelijke smaakbeleving. Uitgangspunt is dat wijn zuiver moet ruiken. Als u smaken of geuren waarneemt als mufheid, azijn of als de wijn chemisch overkomt (denk aan ljm of aceton) dan is er iets mis.
 
De mond
Nogmaals, de samenwerking tussen neus en mond zorgt voor onze smaakbeleving. Met de mond nemen we naast zoet, zuur, zout en bitter ook nog andere belangrijke sensaties waar die we niet proeven maar wel waarnemen. Denk hierbij aan temperatuur, prikkeling van in meer of mindere mate mousserende wijn en wrangheid als gevolg van tannines in de wijn. Termen die vaak gebruikt worden zijn: fluwelig, zacht, vol, rond, filmend, strak en waterig.
 
Proeven/beoordelen
Ga alsvolgt te werk.
 
Kleur: Pak het glas bij de steel. Schenk de wijn rustig in uw glas. (het glas hierbij wat schuin houden) Beoordeel de kleur door het glas tegen een lichte achtergrond te houden. Noteer je bevindingen.
 
Geur: Breng het glas enigszins schuin naar je neus en ruik eerst met de neus dicht bij de bovenkant van het glas. Hier bevinden zich de meest vluchtige geur elementen. Breng daarna de neus dichter naar de onderkant van het glas. Hier vindt je de minder vluchtige geuren. Ruik nogmaals. Pas! nu gaan we de wijn ''walsen'' Dit is het doormiddel van een soepele beweging laten ronddraaien van de wijn in je glas. Begin direct met ruiken terwij de wijn tot stilstand komt en bepaal welke geur elementen er door het bewegen van de wijn nog meer vrijkomen. Geuren kunnen vaak beter worden waargenomen door de positie van je neus ten opzichte van de vloeistofspiegel te veranderen en door - afwisselend - per neusgat te ruiken. Noteer je bevindingen.
 
Smaak: Neem een slokje van de wijn en zuig een kleine hoeveelheid lucht aan. Adem door je neus uit. Slik de wijn door of spuug hem uit. Deze handeling duurt ongeveer 5 tot 15 seconden. Concentreer je gedurende deze periode op de smaaksensaties. Hierna gaan we ons op de afdronk en de lengte daarvan concentreren. Noteer je bevindingen.
 
In het algemeen kan worden gesteld, dat in een kwalitatief betere wijn meer valt te ontdekken en dat de afdronk langer aanhoud dan in een goedkopere, eenvoudiger wijn.